HOUD ZIJPE LEEFBAAR
Bewaken van de menselijke
belevingswaarde van onze leefomgeving
Hoe waardevol is de
Boskerpolder?
De
Rijksoverheid heeft als ambitie de belevings- en gebruikswaarde van het
landelijk gebied te vergroten voor alle inwoners. Openheid, rust, stilte,
schoonheid en cultuurhistorisch waardevolle en vaak unieke landschapskenmerken
zijn voor de kwaliteit van het landelijk gebied van grote betekenis. (ref.1)
Is dit ook van toepassing op de Boskerpolder?
De Boskerpolder is één van de oudste en met zijn nollen en beschermde waterlopen één van de fraaiste droogleggingen in de gemeente Zijpe. Vroeg 15e eeuw wordt de naam het eerst gebruikt bij het plan deze kwelder te bedijken. Na een bewogen verleden, waarin ze eens praktisch werd weggevaagd (1570), ligt zij vanaf 1610 veilig achter de Noordschinkeldijk.
Rond het jaar nul bevonden niet alleen inheemsen zich in onze noordelijke streken maar ook Romeinen Zo trok 16 na Christus bevelhebber Germanicus met zijn leger via Nijmegen naar het huidige Velsen, waar hij zich inscheepte om, varend langs onze kust richting Elbe-monding, de Romeinse grenzen vast te leggen.
In die tijd
liep langs de westkant van een onbewoonde hoogveenstreek tussen nu Schagen en
Alkmaar de rivier de Vidrus waarlangs intussen veel sporen van inheemse
nederzettingen zijn aangetroffen. Deze rivier stroomde langs wat nu de
Boskerpolder is en mondde vlak ten noorden van het huidige Groote Keeten uit.
Zij was in de monding goed bevaarbaar.
In 1990
werd op een grindlaag, een halve meter diep in
een volkstuintje in de Boskerpolder, een munt gevonden met het merkteken van de
genoemde Germanicus. Deze munten zijn met name aangetroffen in de Romeinse
versterkingen die verbonden worden met de campagne van Germanicus, waarvan de
meest noordelijke, tot nu toe gevonden, in Velsen ligt. De mogelijkheid bestaat
dat Germanicus zijn toevlucht zocht in
een Romeins steunpunt aan de monding van de Vidrus. Onderzoek ter plekke kan
aantonen of daarvan nog restanten te vinden zijn.(ref.7)
’t Oghe in 1300
Voor het
ontstaan van de Boskerpolder, liggend in de driehoek tussen Groote Keeten,
Noordschinkeldijk (voltooid 1610) en Abbestee, moeten wij naar de vroege
middeleeuwen, toen Philips van Bourgondie in 1438 het plan opperde deze kwelder
te bedijken.
Al in 1440 verschijnt
voor het eerst de naam van het poldertje ‘den Bossche’, waarbij dit gebied door
Reinoud II, heer van Brederode, in leen wordt uitgegeven.
Honderd
jaar van verdere droogleggingen, doorbraken en herstel volgen. Met hulp van
twee achtkantige molens en enkele duikersluisjes wordt de afwatering op het laagste punt (de
Boschpolder/Boswael/Molenkolk)
uitgeslagen naar buitendijks Molenwater. Mogelijk zijn de fundamenten
van beide molens nog te vinden. De naam Bosch kan als restant ter plekke
ontleend zijn aan een destijds veel groter woud in deze kuststreek.
Begin 16e
eeuw is alles bedijkt en droog, doch in 1570 zet de Allerheiligenvloed die via
het Ooghmergat door de duinen binnendringt, weer veel land onder water. Na dit
rampjaar neemt de inpoldering tussen Dubbelduynen (=Groote Keeten) en Abtstede
(Abbestee) met vallen en opstaan en een nieuwe molen geleidelijk zijn huidige
vorm aan.
Henk Schoorl schrijft in het
voorwoord van zijn zeer gedocumenteerde boek ‘t Oge’: “eiland ‘t Oge had hier
een centrale functie bij de uitvoering van de grote bedijkingswerken, die in de
16e en het begin van de 17e eeuw het uiterlijk van de Kop van Noord-Holland drastisch hebben gewijzigd
en bepalend zijn geweest voor de verdere ontwikkelingsgeschiedenis”.
(ref.2)
Waarom nu
deze twee grote stappen terug in de polderse historie?
Welnu,
samen met de vele eeuwen er omheen van voortdurende strijd tegen het
bedreigende zeewater, tonen zij nog eens overduidelijk aan dat met name dit
zeer oude gebied van immense cultuur-historische betekenis is voor geheel
Nederland, maar vooral ook voor onze eigen leefomgeving. Het boven beschreven
poldergebied steekt droogmakerij ‘de Beemster’
op de lijst van Europees cultureel erfgoed naar de kroon en verdient daarop dan ook een ereplaats!
De beleidsnota Belvedère stelt dat binnen het toekomstige ruimtelijk beleid cultuurhistorie als een basiswaarde in de samenleving moet worden beschouwd. Ten behoeve van het behoud en de versterking van de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving zal een beleid worden gevoerd dat gericht is op het veiligstellen van die basiswaarde. Daaruit volgt o.m. dat alle burgers en overheden de verplichting hebben cultuurhistorie op een volwaardige wijze bij hun planvorming te betrekken. De culturele rijkdom draagt bij aan de identiteit, de belevings-waarde en de internationale herkenbaarheid van Nederland.
De
Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland (ref.6) geeft de Rechtendijk (NKT
143G) een “hoge waarde” als cultuurhistorische typering.
Motivering:
Deze dijk is aangelegd bij de bedijking van één van de kwelders bij Callantsoog. De dijk is kenmerkend voor de landschapsgenese (ontstaan) en niet zeldzaam. Het tracé is nog herkenbaar en er bestaat een genetische samenhang tussen de dijk en de polder ten westen ervan.
De Voorweg (NKT144G) heeft als waardering: “van waarde”. Deze dijk is aangelegd bij de bedijking van één van de kwelders bij Callantsoog.

Per 1 april 2002 is de Flora- en Faunawet in werking getreden. Ingrepen in het landschap zijn alleen toegestaan als er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied duurzaam te laten voortbestaan. Verder dient de ingreep een groot openbaar belang te dienen, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. De wetgeving (Europese Habitat- en Vogelrichtlijn) is erop gericht dieren en planten binnen de besluitvorming de plek te geven die hun toekomt. Het uitgangspunt is een wettelijk verbod om een aantal met name genoemde diersoorten te doden of te vernietigen. Ook het verstoren of verontrusten van rust- of voortplantingsplaatsen is niet toegestaan. Heeft het project zodanige effecten dat aan de instandhouding van de populatie afbreuk wordt gedaan, dan kan het niet doorgaan.
Uit gegevens van ‘Het natuurloket’ (ref.3) blijkt dat het gebied drie broedvogelsoorten bevat die op de rode lijst staan, t.w. Patrijs, Grutto en Tureluur. Ook de Lepelaar en de Zomertaling gebruiken dit gebied om te foerageren.
Daarnaast vermeldt het verslag drie soorten vaatplanten die beschermd worden door de natuurbeschermingswet en twee soorten van de rode lijst.
Het gaat om de beschermde soorten: Zwanenbloem, Aardaker en Gewone vogelmelk.
Als rode lijst soorten: Veldgerst en Kattendoorn.

Tevens is zeer recent (juni 2002) de Groene zandhagedis in de Boskerpolder door de familie Zeeman aangetroffen. De Zandhagedis staat ook op de rode lijst.
Gedeputeerde
Staten van Noord-Holland hebben in 2001 het Gebiedsplan Kop en Westfriesland
vastgesteld. Een deel van de Boskerpolder B3 wordt als bestaand beheersgebied
aangemerkt. Dat wil zeggen dat het aangegeven gebied in aanmerking komt voor
subsidie in het kader van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer.
Wat vindt de Provincie van de Boskerpolder?
“De sloten in dit deelgebied ten noorden van Callantsoog staan onder invloed van zoet kwelwater vanuit de duinen. Het gebied ten noordoosten van de Nollen bij Abbestede, de Boskerpolder (22 ha), is begrensd als beheersgebied. De betekenis voor weidevogels is vrij groot. Beheer kan gericht zijn op zowel weidevogels als op botanische waarden. De polder is van essentieel belang voor de waterbeheersing en de hydrologische koppeling van de Nollen van Abbestede met het Kooibosch.” (ref.4)
Het kabinet stelt in het Structuurschema Groene Ruimte 2 onder ‘route gebonden land-recreatie’:
“De toenemende aandacht voor landschappelijke kwaliteit gaat hand in hand met de behoefte om het landschap ook daadwerkelijk te kunnen beleven. Wandelen en fietsen vormen hierbij traditioneel de belangrijkste activiteiten”.
Nu beschikt de Boskerpolder over unieke onverharde wegen die ook als wandelroute veelvuldig gebruikt worden. De VVV heeft dan ook de ‘OOGHMER-ROUTE’ als wandel- en fietsroute opgenomen.
Cultuurhistorisch
is de Boskerpolder e.o. zeer waardevol. Dit wordt versterkt door het voorkomen
van rode lijst soorten die door de flora en fauna wet worden beschermd. Dit
zijn voldoende argumenten om de Boskerpolder, met haar openheid, rust, stilte
en schoonheid, onaangetast te laten.
5.Referenties:
Ref.1
Structuurschema Groene Ruimte 2
Samen werken aan groen Nederland
Deel 1, januari 2002.
Min. Van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
Ref.2
’t Oge
Hollandse studiën 11
Henk Schoorl, Historische Vereniging Holland.
Hillegom 1979
Ref.3
Het Natuurloket
LNV en vereniging Onderzoek Flora en Fauna (VOFF)
Ref.4
Gebiedsplan Kop en Westfriesland
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland
Haarlem februari 2001
Ref.5
Ooghmer-route, VVV Callantsoog
Ref.6
De cultuurhistorie van de Kop van Noord-Holland en Texel
Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland
Provincie Noord-Holland
Haarlem, februari 2002
Ref.7
F. Diederik, Schagen